Stipt om negen uur is, zoals iedere zaterdagochtend, de koffie bruin in het Willibrordushuis. De heren van de Klussenclub zitten rond de tafel en verdelen het werk voor de komende uurtjes. In en rond zo’n groot gebouw is altijd genoeg te doen. Er komen enkele klinkers omhoog in het sierstraatwerk op het kerkplein, er is wat technisch werk te doen op het kerkhof en boven het kopieerapparaat in de gang moet de complete inbouwlamp, inclusief transformator worden vervangen. Dat is een hele operatie en daarom is de steiger neergezet, het past maar net tussen de trap en de tafel. Als het plafond geopend is, blijkt dat er daarboven nog stro aanwezig is van het stucwerk dat er ooit heeft gezeten. Dit moet eerst weggehaald, want in combinatie met de nieuwe grotere armatuur zou er brand kunnen ontstaan.

        Voor de hele operatie moet de stroom er natuurlijk een tijdje af en dan merk je hoe afhankelijk je bent van de computer. De voorbeden voor het weekend afdrukken, mailen, werken aan de nieuwe Communicatie of zelfs dit Kerkstraatje schrijven, het kan allemaal even niet. Maar gelukkig heb ik nog een andere opdracht. Ik kan alles klaar gaan zetten voor een doop die om 13 uur gepland staat. De doopouders nemen een ‘eigen priester’ mee. De moeder is namelijk van Filippijnse afkomst en er komen veel Filippijnse familieleden en vrienden mee.

        Als ik weer achter mijn bureau zit, gaat de telefoon. Aan de lijn is een mevrouw uit Raalte, van de parochie H. Kruis. Ze vertelt dat ze dit voorjaar, voor een groep van tegen de 50 mensen, een ‘moderne bedevaart’ wil organiseren. Even twijfel ik of het telefoontje niet voor Onze Lieve Vrouw ter Nood bedoeld is, maar dan legt ze het uit. Het plan is om hier in de buurt gedurende twee dagen een paar bijzondere plekken te bezoeken, de abdij van Egmond, Adelbertusakker, het Putje. Op internet kwam ze ook onze website tegen, de foto’s van de kerken het verhaal over het labyrint wekten haar belangstelling en ze zou ook graag bij ons op bezoek komen. Komende donderdag gaat ze hier met een groepje de omgeving verkennen en we spreken af dat ze langs komt. We praten nog even door en ik hoor dat de parochie H. Kruis uit 9 locaties bestaat. Ik ben benieuwd hoe de ervaringen daar zijn, misschien kunnen we nog wat ideeën uitwisselen.

        Tegen kwart voor één zie ik de eerste familie van de dopeling op het kerkplein staan. Met hen wacht ik op de priester, die juist van het station komt. We maken kennis en ik leid hem even rond in de kerk en de sacristie. In vloeiend Nederlands spreekt hij zijn lof uit over het gebouw. Als alle familieleden en vrienden een plaats hebben gevonden in het transept, begint hij met de doopviering. Die is hoofdzakelijk in het Engels, zodat iedereen, van Nederlandse of van Filippijnse afkomst, de dienst kan volgen. Alles gaat in gemoedelijke sfeer, ernst en vrolijkheid wisselen elkaar af.

        Na afloop rest er nog één handeling: de aantekening in het doopboek. Op de tafel in de Kerkstraat ligt het doopboek klaar, de gegevens van de kleine Lewis zijn al ingevuld. De priester schrijft zijn naam, twee keer. In het ons bekende alfabet én, als eerste ooit in ons doopboek, in Filippijns schrift.

Marieke Hoetjes