“Zana neemt vandaag gebak mee! We hebben de afgelopen weken heel hard met elkaar gewerkt en Zana vond dat ze af en toe best streng is geweest. Daarom is er nu even tijd voor wat ontspanning!” De leden van het Herenkoor hebben er zin in. De wekelijkse repetitie wordt vandaag, op initiatief van de dirigente, onderbroken door een gezellige koffietafel voor het Dames- en het Herenkoor, een week na Witte Donderdag. Om even bij te komen van alle inspanningen van de afgelopen tijd. Naast de gezangen voor de plechtige vieringen van Witte Donderdag en Goede Vrijdag, werd voor Paasmorgen een nieuwe Mis ingestudeerd, de Missa Brevis van M. Haydn. Een feestelijke compositie met enkele solo-delen die prachtig werden vertolkd door Zana. Bovendien klonk tijdens de communie, tot vreugde van pastor Helsloot en vele kerkgangers, het lied ‘Dan zal ik leven’. Oud-dirigente Didy leidde hierbij het koor, zodat Zana zich helemaal aan het pianospel kon wijden.

    Terwijl de dames en heren in de Ontmoetingsruimte genieten van hun taart, komt koster Piet Baltus binnen. Hij komt voor de Paaskaars. Voor het eerst in al die jaren is de kaars vlak voor de laatste viering van Paasmorgen gebroken. Hij stond klaar in de Kerkstraat om plechtig te worden binnengedragen in de Familieviering van 11 uur, toen hij plotseling omviel. Er was enige paniek, maar gelukkig kon hij worden opgelapt met brede doorzichtige tape. Dat is natuurlijk geen afdoende oplossing. Samen bekijken we de kaars en Piet besluit om hem mee te nemen naar de abdij voor advies.

    Een uurtje later komt hij verslag uitbrengen. Men wil proberen om de breuk, ongeveer op een kwart van de onderkant, te helen. Maar dan blijft de kaars toch een zwakke plek houden. Een andere mogelijkheid is om de applicaties er af te halen en over te zetten op een nieuwe kaars. Maar die moet dan natuurlijk wel bijgekocht worden… Dan herinner ik me ineens dat we al vele jaren op zolder een ‘resevekaars’ hebben liggen. Die kaars is nog uit de tijd dat we twee kerken hadden en hij is weinig gebrand. Samen halen we hem naar beneden. Hij is van Pasen 1998 en meet nog 1 meter 30. Dat is maar 20 centimeter korter dan het gebroken exemplaar. Gewapend met deze kaars vertrekt Piet weer snel naar de abdij.

    De volgende morgen komen leden van het Bloemengilde om de vele bloemen in de kerk te inspecteren en van vers water te voorzien. De kransjes bij de kruiswegstaties zien er nog goed uit. Met een plantenspuit worden de oasisblokken bevochtigd. Ook de bloemen in de bloembakken aan de pilaren staan er fier bij. De witte en gele chrysanten zijn oersterk. In de Paastuin zijn alleen wat narcissen onwel geworden. Alle tulpen zijn gegroeid en geen een laat zijn kopje hangen. De Paaskandelaar staat er wat verweesd bij.

    Dan komt Piet binnenlopen. In zijn handen een plaid, met daarin zoals hij het lachend noemt: “mijn kindje”. De kaars uit 1998 is helemaal glad gepolijst. Het bovenste gedeelte is aangeheeld als bij een ongebrande kaars. Alle applicaties en ook de wierookkorrels zijn overgezet. Een prachtig stuk vakwerk. Ook de maat van het pingat is perfect, de kaars staat als een huis. De gebroken kaars zal in de kaarsenmakerij bij de breuk worden afgesneden en vlak gemaakt. Piet stelt voor om hem in de Gedachteniskapel te zetten. Op de kandelaar bij de kruisjes. Een prima idee lijkt mij!

Marieke Hoetjes