“Het is hier gewoon gezellig! Of kan je dat eigenlijk niet zeggen…?” Midden op het pad langs het kerkhof ben ik aan de praat geraakt met een oudere dame. Het is Allerzielen,
2 november. Overal rond de graven zijn mensen bezig. Ze zijn gekomen met bloemen en planten of zetten lichtjes neer en ze praten in groepjes met andere bezoekers. Ook de Tuinfluiters zijn, zoals iedere donderdagmiddag, volop aan de slag. We zien hoe er wordt geschoffeld en geharkt, er is haast geen afgevallen blad meer te bekennen. We besluiten dat je het best gezellig mag noemen. De overledenen voor wie we hier zijn, waren immers ook mensen die tijdens hun leven van gezelligheid hielden. Ze zouden zich hierbij juist thuis voelen.

    Er is vandaag voor de Tuinfluiters niet alleen een koffie pauze, maar aan het eind van de middag serveert Ina Hoogeboom ook soep. Dan begint het tweede deel van de werkzaamheden. Wekenlang hebben ze deze dag voorbereid. Er zijn heel veel glazen potjes verzameld en kleine metalen brandertjes met vloeistof aangeschaft. Net als vorig jaar zal het kerkhof aangelicht worden met talloze lichtjes, bij de graven en langs de paden. Het plaatsen van de lichtjes is al een heel karwei, maar het aansteken kost nog veel meer tijd. Als het begint te schemeren moeten de potjes stuk voor stuk opgezocht worden met een zaklantaarn. Enkele Tuinfluiters hebben handige mijnwerklampjes op het hoofd en één heeft zelfs een slinger kerstverlichting om. Als het even begint te motteren lijkt alles voor niets, maar gelukkig blijft het bij een paar spatten.

    Rond zeven uur is de klus geklaard. Op het kerkhof is het dan al een komen en gaan van mensen. Voorzichtig lopen ze langs de paden die keurig, als bij een landingsbaan, met een lijn van lichtjes worden aangegeven. Het is bijna windstil en je hoort hier en daar de zachte stemmen van mensen die bewonderend en ontroerd genieten van de aanblik. Om half acht is de kerk volgestroomd en vieren we samen met de nabestaanden van 47 overledenen de Eucharistie. Ook hier staat het licht centraal en ontsteken de families een kaars voor hun dierbaren.

    Het is tegen negen uur wanneer de grote deuren van de kerk openzwaaien en Ina als voorloper de processie naar het kerkhof voorgaat. Achter haar de acolieten en pastor Helsloot en vele kerkgangers sluiten zich aan. We volgen de lichtjes langs het oude gedeelte van het kerkhof en gaan dan rechtsaf over het nieuwe gedeelte naar het grote houten kruis. Staande rond dat kruis gedenken we allen die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden en we voelen ons verbonden met hen en met elkaar. Pastor Helsloot vertelt over de tulpenbollen die hier laatst geplant zijn: een speciale witte soort met de naam Falconerie, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de congregatie van de Juliaantjes. Een tulpenbol is saai en onbetekenend om te zien, maar eenmaal geplant groeit hij uit tot een prachtige bloem.

    Terug in het Willibrordushuis is het warm en gezellig. Families halen in de kerk de kruisjes met namen van hun dierbaren op en schuiven dan aan voor de koffie. Ieder heeft, ondanks de droeve reden van het samenzijn, toch een gevoel van blijdschap: de nabestaanden omdat ze zich gesteund voelen en ervaren dat ze niet alleen staan, de Tuinfluiters en alle anderen omdat ze een bijdrage mochten leveren aan deze Allerzielendag.

Marieke Hoetjes