“Heb je gisteravond de uitzending van Jeroen Pauw gezien?” Jan Rood kijkt me vragend aan en licht zijn vraag meteen toe: “Er was een item over het nieuw opgerichte schoonmakersparlement. Schoonmakers worden onderbetaald en er wordt op hen neergekeken. Ik denk dat ik er maar lid van word!” Gelukkig zegt Jan dit alleen uit solidariteit met zijn professionele collega’s, die middels het schoonmakersparlement op willen komen voor hun rechten. Hier in het Willibrordushuis wordt het schoonmaakwerk juist zeer gewaardeerd. Vandaag, vrijdag de dertiende, en morgen moeten we allemaal ons steentje daar weer aan bijdragen. Afgelopen zondag, Beloken Pasen, is het Paasfeest afgesloten en deze week is het grote opruimen en schoonmaken begonnen.

    Zojuist zijn alle kransjes weggehaald bij de kruiswegstaties. We gaan ze in de Ontmoetingsruimte uit elkaar halen. De palmtakjes wil ik graag bewaren, om volgend jaar weer tot as te verbranden, dus ik heb aangeboden om mee te helpen. Het groene wikkeldraad en de krammen die de takjes fixeren moeten ook bewaard worden. Alleen de oasis en de bloemen, die eigenlijk nog steeds mooi zijn, mogen weg. Samen met Almast, die de koffietafel voor de kerkgangers al heeft gedekt, ga ik aan de slag. Ze vraagt belangstellend waar de kransjes voor dienen en ik leg het haar uit. Op Goede Vrijdag gaat de pastor met kinderen langs de 14 staties van de Kruisweg. Het lijdensverhaal wordt verteld, er wordt gebeden en gezongen en bij elke statie wordt een krans gehangen.

    Vanmorgen vroeg, bij het eerste kopje koffie aan de stamtafel, vertelde Almast ons iets over háár traditie, die van de Armeense kerk. Deze zomer gaat zij weer naar Armenië. Ze logeert samen met een vriendin in een groot gebouwencomplex in de bergen. Daar komen door het jaar vele duizenden Armeniërs uit de hele wereld bijeen. De pelgrims verblijven er meestal twee weken. De verblijfskosten zijn laag, 3 euro per nacht. Ze lezen in de bijbel, houden vieringen, maken muziek, koken en eten samen en hebben het goed met elkaar. Haar ogen glanzen als ze erover vertelt.

    Nog vóór de kerkgangers uit de Moeder Godskapel komen koffiedrinken zijn alle strokransen ontmanteld en kan ik een doos met oude palmtakjes naar zolder brengen. Het andere materiaal gaat naar de Bloemensalon. Jan komt met zijn zwabber en al snel zijn alle sporen uitgewist.

    ’s Middags wordt het opruimwerk voortgezet. De Paastuin op het priesterkoor is uitgebloeid en ook de bloemstukken op de paaskandelaar en doopvont kunnen weg. De bloembakken aan de pilaren staan er nog mooi bij en mogen tot volgende week blijven hangen. Morgen zullen de heren van de Klussenclub het zwaardere werk doen en het berkenhouten kruis en dito kandelaars terugbrengen naar de kelder. Zo komt er ruimte om, met de grote boenmachine, de vloer van het priesterkoor opnieuw in de was te zetten. Net als in kantoren, scholen en ziekenhuizen vormt al dat schoonmaak- en opruimwerk een onmisbare basis voor alles wat we hier doen, van vergadering tot viering. En het wordt zeer gewaardeerd!

Marieke Hoetjes