“God bestaat niet, maar Bach’s muziek komt er het dichtst bij”. Aldus de hedendaagse Franse schrijver Michel Houellebecq. Veel gelovigen zullen het tweede deel van Houellebecq’s uitspraak ook kunnen nazeggen. Bij vakmusici valt soms iets dergelijks wel te beluisteren: “Niet alle componisten geloven in God, maar ze geloven allemaal in Bach”, zei een hedendaags componist ooit.

Moet Bach, getuige deze uitspraken, zelf wel een ‘diep-gelovig’ mens zijn geweest? Voor zover we kunnen nagaan heeft hij daar niet expliciet getuigenis van afgelegd. Maar hoe belangrijk is die vraag nu precies? De man is al ruim twee eeuwen dood, maar zijn muziek blijkt onverwoestbaar. Sterker: die inspireert en ontroert alsof het telkens nieuw klinkt.
Van ongeveer hetzelfde kaliber is de vraag of je zelf gelovig (al dan niet diep) moet zijn om Bach’s kerkelijke muziek te kunnen waarderen dan wel adequaat te kunnen uitvoeren. Ook daarvan kun je zeggen: hoe belangrijk is zo’n vraag eigenlijk? Zeker in het licht van de opmerkingen waar ik mee begon.

Wat wel vast staat is dat Bach er in is geslaagd om op een unieke manier in zijn composities teksten muzikaal tot klinken en tot verstaan te brengen. Daarin lijkt hij op een predikant: als het goed is brengen de woorden van een preek de woorden van een bijbeltekst tot klinken en tot verstaan.

Op maandag 9 maart willen we op zoek gaan naar de manier waarop Bach met zijn muziek woorden ‘tot klinken en tot verstaan’ brengt. ‘Tot klinken’ betekent dan: aandacht geven aan de compositietechniek uit die tijd waar (ook) Bach gebruik van maakte. En ‘tot verstaan’ betekent: aandacht geven aan de menselijke kant van het luisterproces – met name van onze tijd.

Begeleiding Dr. J. Bruin
Datum maandag 9 maart 2015
Tijd 20.00 tot 22.00 uur
Plaats Willibrordushuis, Westerweg 267, Heiloo
Kosten Ä 3,-- per persoon